Richtlijnen voor auteurs

  1. Algemeen
  2. Inhoudelijk
  3. Inleveren kopij
  4. Vormelijk

Algemeen

  • Alle redactionele briefwisseling gebeurt via de bureauredactie: WT, p/a Lange Leemstraat 26, B-2018 Antwerpen, e-post.
  • De redactie behoudt zich het recht voor alle noodzakelijk geachte stijlaanpassingen en taalcorrecties door te voeren, uiteraard zonder wijziging van de inhoudelijke betekenis. Ingrijpende vormelijke en inhoudelijke veranderingen, zoals verkorting, weglating of toevoeging van informatie, wijziging van schikking, het bepalen van een andere benaderingswijze enz., gebeuren enkel in overleg met de auteur.
  • De omvang van de bijdrage bedraagt bij voorkeur niet meer dan 8000 woorden. Auteurs van artikels ontvangen 5 ex. van het nummer met hun bijdrage en de lopende jaargang van Wt.

^boven

 

Inhoudelijk

  • WT. Tijdschrift over de geschiedenis van de Vlaamse beweging, wil een forum bieden voor de geschiedenis van de Vlaamse beweging in de breedste zin van het woord.
  • Alle artikels dienen te beantwoorden aan de criteria van de wetenschappelijke methodologie.
  • Een bijdrage dient vergezeld te zijn van een samenvatting van de bijdrage, een biografische notitie over de auteur en duidelijke vermelding van het adres, telefoonnummer en e-postadres van de auteur.
  • Indien een auteur in een korte bijdrage op een artikel wenst te reageren, kan dit op voorwaarde dat die reactie eveneens beantwoordt aan de regels van de wetenschappelijke geschiedschrijving. Die ‘replieken’ worden gepubliceerd met uitdrukkelijke vermelding van de naam en het adres van de auteur.

^boven

 

Inleveren kopij

  • Bijdragen voor WT worden ingeleverd in een courant gebruikt tekstverwerkingsformaat voor Windows of MacOS, via e-post aan de bureauredactie. Bezorg ook een kopie in PDF.
  • Aanwijzingen voor het intikken van de tekst:
    • Standaardinstellingen: corps 12, interlinie 1, linksgelijnd, automatisch-splitsen uit.
    • Gebruik zo min mogelijk speciale tekstfuncties (centreren, inspringen, tabs, verschillende letterstijlen enz.), behalve voor de gevallen die hierna onder de titel ‘Vormelijk’ voorzien zijn.
    • Gebruik geen hoofdletters voor de namen van auteurs, voor titels enz., behalve die vereist voor een correcte spelling.
    • Gebruik één harde return tussen twee alinea’s, twee harde returns tussen twee tekstgedeelten, gebruik nooit harde returns om regels van elkaar te scheiden.
    • Gebruik één spatie (geen twee) na een zin, behalve voor een harde return waar geen spatie nodig is.
    • Gebruik geen kleine letter ‘l’ voor een cijfer ‘1’ of een hoofdletter ‘O’ voor een cijfer ‘0’.
    • Gebruik van spaties: punt, komma, uitroepteken, vraagteken, dubbele punt, puntkomma, afbrekings-teken: geen spatie voor het teken, één spatie na het teken / gedachtenstreep: één spatie voor het teken, één spatie na het teken / ronde en vierkante haakjes, enkele en dubbele aanhalingen: spatie voor (geen spatie) spatie na; spatie voor [geen spatie] spatie na; spatie voor ‘geen spatie’ spatie na; spatie voor “geen spatie” spatie na / tekens voor berekeningen: spatie voor en na het teken / plus, min en %: geen spatie tussen het teken en het cijfer.
  • Getypte bijdragen:
    Dubbele regelafstand, linkermarge van 4 cm.

^boven

 

Vormelijk

  • Spelling:
    De Woordenlijst Nederlandse taal (2015) geldt als enige leidraad voor de schrijfwijze. www.woordenlijst.org
  • Bronnentranscriptie:
    Voor de transcriptie van bronnen wordt het systeem van het Constantijn Huyghens Instituut toegepast.
  • Titels:
    Duidelijke titel(s) en waar wenselijk ondertitels.
  • Paragrafen:
    Indeling in paragrafen. Al te compacte tekstgedeelten en alinea’s vermijden.
  • Citaten:
    • Citaten staan cursief en tussen dubbele aanhalingstekens; eigen vertalingen door de auteur van citaten staan romein en tussen dubbele aanhalingstekens.
    • Citaten onderbroken door eigen tekst van de auteur worden afgescheiden met een komma buiten de aanhalingstekens. Indien de komma grammaticaal in de zin past, staat die binnen de aanhaling.
    • Langere citaten (enkele zinnen en meer) worden afgescheiden met een witregel voor en na.
    • Een aanhaling binnen de aanhaling krijgt enkele aanhalingstekens: dus “aanhaling1 ‘aanhaling2’ vervolg aanhaling 1”.
    • Spelfouten en grammaticaal onjuiste zinswendingen in de aanhaling worden niet verbeterd. Ze worden aangeduid met [sic].
    • Eigen commentaar van de auteur binnen de aanhaling: [romein].
  • Bon-mots, gevleugelde woorden en begrippen:
    Tussen enkele aanhalingstekens. Romein.
  • Anderstalige woorden:
    In principe staan alle anderstalige woorden, begrippen en zinsneden cursief, behalve de in het Nederlands courant gebruikte.
  • Namen van verenigingen en organisaties:
    Eerste vermelding: voluit (+ evt. afkorting), nadien evt. afgekort. Romein.
  • Getallen:
    In principe worden getallen in de tekst in woorden geschreven, uitgezonderd in stukken tekst die zeer veel getallen bevatten (bv. verkiezingsanalyses).
  • Afkortingen:
    • Afkortingen in de tekst worden zoveel mogelijk vermeden (uitgezonderd de afkortingen van namen van verenigingen). In het begin van een zin nooit een afkorting.
    • Afkortingen in de voetnoten worden wel gebruikt. Voor de eenvormigheid van afkortingen, gebruik volgende lijst: s.d. (sine dato); s.l. (sine loco); d.d. (de dato); o.a. (onder andere); e.a. (en andere(n)); enz. (enzovoort – let wel: géén komma voor enz.); e.v. (en volgende); o.m. (onder meer); bv. (bijvoorbeeld); i.c. (in casu); cf. (confer, vergelijk); jg. (jaargang); nr(s). (nummer, nummers); dl(n). (deel, delen); kol. (kolom); hs. (handschrift); p. (pagina); pp. (pagina’s of van pagina ... tot pagina ...); red. (redacteur); sam. (samensteller); ed. (uitgever); o.l.v. (onder leiding van); [...] eigen aanvulling plaats, datum enz. of weglating.
    • Geen puntjes na afkortingen van lengtematen, gewichten, inhoudsmaten.
  • Persoonsnamen in de tekst:
    Bij eerste vermelding voornaam voluit, daarna evt. enkel de familienaam indien er geen verwarring mogelijk is.
  • Titels van publicaties in de tekst:
    Cursief.
  • Bibliografische verwijzingen in voetnoten:
    • Algemeen
      • Altijd spatie na afkorting: p. + spatie, jg. + spatie, nr. + spatie.
      • Verkorte titel bestaat steeds uit de eerste woorden van de titel + [...].
      • Meerdere verwijzingen worden gescheiden door ;.
      • Twee of meer plaatsen van uitgave scheiden door –.
      • Pseudoniem aanvullen met [= Auteursnaam].
    • Boeken en brochures
      • Eerste vermelding: initiaal voornaam (met punt) naam, volledige titel, plaats van uitgave, jaar van uitgave, evtl. dl., paginaverwijzing.
      • Volgende vermeldingen: initiaal voornaam (met punt) naam, verkorte titel [...], paginaverwijzing. [d.w.z. geen gebruik van op. cit., ibidem enz.].
    • Artikels in tijdschriften, kranten en weekbladen
      • Eerste vermelding: initiaal voornaam (met punt)  naam, titel van artikel, in: titel tijdschrift, jg., jaar van uitgave, nummer in de jaargang, pagina’s (paginaverwijzing).
      • Volgende vermeldingen: initiaal voornaam (met punt) naam, verkorte titel van artikel [...], paginaverwijzing.
    • Bijdragen in ‘readers’
      • Eerste vermelding: initiaal voornaam (met punt) naam, titel van bijdrage, in: initiaal voornaam (met punt) naam (evt. ed(s).), titel van reader, plaats van uitgave, jaar van uitgave, evtl. dl., pagina’s (pagina-verwijzing).
      • Volgende vermeldingen: initiaal voornaam (met punt) naam, verkorte titel van bijdrage [...], paginaverwijzing.
    • Kranten en weekbladen
      • Titel krant of weekblad, datum (géén vermelding jaargang enz.). In de regel worden de auteur en de titel van het artikel niet vermeld. Is dat wel het geval dan: initiaal voornaam (met punt) naam, titel artikel, in: titel krant of tijdschrift, datum.
    • Thesissen
      • Eerste vermelding: initiaal voornaam (met punt) naam, titel, naam universiteit + plaats (UGent, VUBrussel, KULeuven), departement/vakgroep, soort verhandeling, jaar, paginaverwijzing.
      • Volgende vermeldingen: initiaal voornaam (met punt) naam, verkorte titel [...], paginaverwijzing.
    • Archiefstukken
      Naam archiefdepot, naam archiefbestand, plaatsaanduiding binnen het bestand: Omschrijving van het archiefstuk.
      De omschrijvingen van het stuk zijn uiteenlopend:
      1. briefwisseling
        • bij één brief: (...) voornaam en naam afzender aan voornaam en naam ontvanger, datum;
        • bij meerdere brieven: (...) herhaling van die gegevens met de data of voornaam en naam van correspondent 1 - voornaam en naam correspondent 2, begindatum correspondentie - einddatum correspondentie;
        • meerdere brieven met verschillende afzenders en/of ontvangers: worden gescheiden met puntkomma.
      2. nota’s, memoranda, notulen enz.
        • voor getypte en met de hand geschreven stukken: (...) initiaal voornaam (met punt) naam, “titel van het stuk”, datum. Indien het stuk geen titel heeft dan volgt na de naam van de auteur een eigen omschrijving waarbij geen aanhalingstekens worden gebruikt;
        • voor afdrukken: (...) initiaal voornaam (met punt) naam, “titel”, jaar uitgave. Beschrijving.
    • Interviews
      Naam archiefdepot of Eigen verzameling documenten, interview met naam geïnterviewde(n) door naam interviewer(s) (of interview van auteur(s), met naam van de geïnterviewde(n)), plaats en datum van het interview.
    • Webpagina's
      a. volledige website:
      URL.
      b. artikel op website: initiaal voornaam (met punt) naam, titel van artikel, datum, op: URL.
      c. artikel op website (onderhevig aan verandering: initiaal voornaam (met punt) naam, titel van artikel, datum, geraadpleegd op (datum), op: URL.
    • Getuigenissen
      Eigen verzameling documenten, schriftelijke/mondelinge getuigenis van naam getuige aan auteur of naam, datum.
  • Recensies en signalementen:
    Voornaam naam, titel, plaats, uitgever, datum, aantal pagina’s, (evt.) illustraties, ISBN-nummer. (reeks)

^boven